Bij de eerste doorspeling voelt het spel als een geheel: je gaat de poort door, je haalt dingen, je komt thuis en bouwt ermee. Pas als je een keer of twintig heen en weer bent geweest merk je dat de twee helften eigenlijk maar op drie plekken aan elkaar raken. Alles wat je verder in de tocht doet heeft thuis geen enkel gevolg, en andersom net zo goed.
De eerste verbinding is de buit. Wat je meeneemt is grondstof voor het dorp en verder niets; er is geen enkel voorwerp dat je in de tocht sterker maakt en dat je daarna houdt. Dat is een bewuste keuze van de makers en die maakt het spel eerlijker dan de meeste van zijn soortgenoten, want een slechte tocht kost je nooit je opbouw.
De tweede verbinding is de tijd. Terwijl jij weg bent loopt het dorp door: er wordt gegeten, er wordt vuil gemaakt, er wordt iemand ziek en er wordt iemand ouder. Dit is de enige verbinding die tegen je werkt, en het is ook de enige waar het spel je nooit over waarschuwt. Een tocht van achttien minuten kost je thuis ongeveer een halve dorpsdag aan verzorging.
De derde verbinding is je eigen aandacht, en die telt in de praktijk het zwaarst. Wie in de tocht zit denkt niet aan het rooster. Wie thuis staat te schuiven met taken denkt niet aan welk gebied hij zou moeten kiezen. Wij hebben gemerkt dat wij betere beslissingen nemen als wij die twee expres uit elkaar houden: eerst het dorp helemaal afmaken, dan pas de poort door.
Wat je daaruit kunt afleiden is dat het plannen van een tocht niet in de tocht zelf gebeurt. Voor je de poort door gaat weet je al hoeveel dorpsminuten je te besteden hebt, en daaruit volgt welk gebied er nog in past. Het kruistochtpad op onze voorpagina laat dat zien met tegels: hetzelfde rooster kan een korte veilige tocht zijn of een lange dure, en dat verschil leg je vooraf.
De valkuil is de rots. De buit daar is zo veel beter dan in het bos dat je er te lang blijft hangen, en je merkt het pas als je thuiskomt in een dorp met twee zieken. Wie een keer heeft geteld hoeveel dorpsdagen zo’n tocht werkelijk kost, gaat vanzelf vaker terug naar het bos. Niet omdat het bos leuker is, maar omdat het goedkoper is.